FAQ


Waarom zou ik hier hondenschool volgen ?

1) Waarom zou je bij ons school volgen?
Hieronder vind U 12 redenen.

De meeste beginnende hondenliefhebbers die met een pup naar de "hondenschool" komen, starten meestal met lessen gehoorzaamheid. 
Na enkele maanden worden de oefeningen wat moeilijker en verder doorgedreven in de zin van "je hond moet dat bevel kennen en kunnen uitvoeren". Op dat moment zijn er veel vragen die soms onbeantwoord blijven.
Waarom moet hij dat kunnen? Waarom moet hij dat zo en zo doen? Wat is het nut van die oefening? Waarvoor is dat nodig dat mijn hond dat kent? Om de zin van een oefening te begrijpen is er wel een kort woordje uitleg nodig.

Volgen aan de voet met lijn
Wandelen met je hond kan een plezier zijn, in de stad, in een park, of zomaar boodschappen doen samen met je hond. Op één voorwaarde dat hij niet aan zijn lijn trekt en sleurt want dan is dat plezier bij momenten een nachtmerrie.

Volgen aan de voet zonder lijn
Het kan wel eens gebeuren dat je hond eens van de lijn mag. Ergens waar weinig of geen verkeer is moet dat kunnen. Je komt andere wandelaars tegen of je moet een weg oversteken, dan is het nuttig dat je hem "aan de voet" kunt bevelen en dat hij naast je loopt zonder lijn. Want op dat moment staat je hond onder appel (onder controle) en haalt hij geen domme dingen uit.

Houdingen
Je komt iemand tegen, je slaat een babbel of je staat ergens te wachten dan is het toch handig dat je hond rustig bij je staat, zit of ligt, of niet?

Terugsturen naar plaats
Je bent ergens op bezoek en men vindt het niet prettig dat je hond eender waar gaat liggen. Wijs hem dan een plaats aan en leg hem daar af, dan is iedereen tevreden. Wedden dat je nadien altijd welkom bent samen met je hond?

Slalommen
Je gaat naar de markt of je bent ergens waar veel mensen samen zijn. Je zoekt je een weg door de menigte, uiteraard samen met je hond, dan moet die zich, zoals jij, in alle bochten wringen, keren en draaien zonder van je voet weg te gaan en dat leren we hem aan bij het slalommen.

Blijven liggen
Je gaat naar de slager, of je moet ergens zijn waar, spijtig genoeg, geen honden toegelaten zijn. Dan moet je de hond in lig houding kunnen achterlaten voor enkele minuten. Ook al ben je uit zijn zicht, hij zal moeten blijven liggen tot je hem oproept of tot je terug bij hem komt.

Apporteren
"Mijn hond is geen jachthond, waarom moet die kunnen apporteren?" hoor je wel eens zeggen. Maar stel je voor: je hond heeft iets gevonden dat niet van of voor hem bestemd is. In plaats van hem te verbieden het voorwerp op te nemen of om er verder mee te spelen laat het hem gewoon apporteren, naar je toe brengen, en beloon hem. Handig hé zo 'n hond die al je verloren en rondslingerende 
spullen brengt op bevel!

Toestellen
Je komt het op wandelingen met je hond wel eens tegen dat men bezig is met wegeniswerken! Een losliggende plank die dienst doet als bruggetje, een hoop stenen waar je moeilijk om heen kunt. Je bent thuis aan het klussen en er ligt her en der materiaal en je hond moet er door om buiten iets te gaan doen, dan is het handig dat hij geleerd heeft hoe hij dergelijke situaties moet inschatten.

Onderbreking
Je roept je hond op en plots zie je dat je beter niet gedaan had, bv doordat er een voertuig zijn weg gaat kruisen. Op dat moment moet je hem kunnen duidelijk maken om te gaan liggen op de plaats waar hij zich op dat moment bevindt. Zo kun je hem beschermen tegen onvoorziene, voor hem, gevaarlijke situaties.

Weigeren lokaas
Hoe dikwijls wordt aan je hond door vreemden een koekje of snoepje aangeboden? Als hij het allemaal zou aannemen zou het wel eens niet meer gezond kunnen zijn. En wat dacht je dat iemand hem iets zou aanbieden dat helemaal niet goed is voor hem? Dan moet hij al geleerd hebben van niets van vreemden aan te nemen, enkel als zijn baasje het toestaat.

Geluidsproef
Verkeer, muziek, vuurwerk, allemaal dingen die een hond kunnen doen opschrikken waardoor hij instinctief, dus buiten zijn wil om, in zekere mate agressief zou kunnen reageren uit angst of angstig wordt waardoor hij onbetrouwbaar zou kunnen reageren. Door de geluidsproef wennen we hen aan harde, hoge en rare geluiden. Door gewenning kan je overdreven paniekreacties temperen.

Voorstelling hond
Tandjes laten zien is een oefening die door veel dierenverzorgers sterk wordt gewaardeerd, denkt maar aan de dierenarts. Of je hond heeft iets in zijn muil wat daar eigenlijk niet moet zijn, dan moet je het er toch kunnen uithalen, of niet?

Al deze oefeningen zijn noodzakelijk om de sociale omgang met een hond te verbeteren tot groot genoegen van zijn baasje en zijn omgeving. Je zult meer dan eens een compliment krijgen over het gedrag van je vriend de hond, zo past hij ook beter in de samenleving met de mens.
Het is dan ook belangrijk te weten hoe je het de hond aanleert en oefent. De oefeningen worden op een hondvriendelijke manier aangeleerd. De hond en de begeleider leren samenwerken om de opgedragen oefening zo goed mogelijk uit te voeren. 

Kinderen en honden, hoe zit dat nu eigenlijk?

Kinderen kunnen niet vroeg genoeg leren omgaan met dieren. Al wanneer ze in de kinderwagen zitten, kunnen ze mee naar de kinderboerderij en dierentuin. Op de peuterleeftijd kunnen kinderen in de praktijk leren omgaan met (huis)dieren.

Als een peuter niet leert om te gaan met honden, kan de combinatie peuter en volwassen hond gevaarlijk zijn. Peuters behandelen honden namelijk als leeftijdgenoten: ze pakken bot en speelgoed af, trekken aan een oor...

Daarom moet de komst van een hond in een gezin met (heel) jonge kinderen minstens zo goed worden voorbereid als de komst van een nieuwe baby. 

Voorbereiden op nieuwe huisgenoot
Bereid uw kind voor op de komst van een hond. Leg kinderen uit dat hondentaal verschilt van mensentaal en vertel bovendien dat de aandacht niet alleen naar hen, maar ook naar de nieuwe huisgenoot zal gaan. Voor een kind is het leren omgaan met een pup eenvoudiger dan met een volwassen hond. Als de peuter/kleuter goed weet dat met de pup heel voorzichtig moet worden omgegaan, bent u al een eind op de goede weg. Denk goed na of het wel zo verstandig is een hond aan te schaffen als één van de huisgenoten bang voor honden is of er een hekel aan heeft. Een logeerhond is dan een goede proef op de som. 

De ouder blijft verantwoordelijk!
Bijna alle kinderen die graag een hond willen, beloven met de hand op hun hart dat ze de hond dagelijks zullen uitlaten, borstelen en eten geven. Echter, als de hond eenmaal in huis is, kan de belangstelling snel afnemen. Een hond kopen "voor de kinderen" kan daarom op een teleurstelling uitlopen. De echte verantwoordelijkheid voor de hond blijft immers bij de ouders. Toch kunnen kinderen, afhankelijk van hun leeftijd, wel hun rol spelen in de dagelijkse verzorging van de hond. Dat vinden ze niet alleen leuk, maar het vergroot ook hun verantwoordelijkheidsgevoel in het algemeen. 

Zelf doen
Kinderen die zich verantwoordelijk voelen voor een hond en een stukje van de zorg overnemen, kunnen een geweldige relatie met het dier opbouwen. Stem de verantwoordelijkheden wel af op de leeftijd van het kind. Leer kinderen dat een hond niets zelf kan regelen en maak goed duidelijk wat wel en niet mag. Laat ze helpen bij het klaarmaken van het eten, het verversen van water en het kammen en borstelen. Oudere kinderen (vanaf circa 13 jaar) kunnen de hond ook uitlaten. Stuur een kind niet eerder met een hond de straat op, dan dat u zeker weet dat ze de hond geheel onder controle hebben.

Oók in ongewone omstandigheden. Laat de zorg voor de hond geen last voor het kind worden. Kinderen wisselen soms snel van interesses en daar mag de hond niet de dupe van worden. Dus: wel verantwoordelijkheid geven, maar zelf verantwoordelijk blijven! 

Respect voor de hond
Een hond is géén speelgoed. Kinderen denken daar soms anders over. Leer kinderen daarom al vroeg dat ze honden die eten, spelen of slapen niet mogen storen. Maak ook duidelijk dat honden het niet prettig vinden als er aan hen gesjord wordt, als ze achterna gezeten worden of gedwongen op hun rug gelegd worden. Het plagen van honden –ook al is dat verpakt als spelletje– is uit den boze. Bovendien kan dat vervelende gevolgen hebben. Kinderen hoeven niet angstig te zijn, maar moeten de hond wel rustig en voorzichtig benaderen. Natuurlijk is teveel verwennerij ook niet goed. Dus niet constant snoepjes en hondenkoekjes geven. De hond is lid van het gezin en moet ook zo behandeld worden. Als u er niet zeker van bent dat uw kinderen respectvol kunnen omgaan met een hond, stel uw beslissing tot aanschaf dan uit totdat u daar wel op kunt rekenen.

Aandacht voor de hond
Leer kinderen voldoende aandacht voor de hond te hebben, net zoals ze die hebben voor hun broertjes of zusjes. Kinderen kunnen zich inleven in wat een hond leuk vindt: een vriendelijke begroeting, een aai over de bol, een extra rondje wandelen, even langer stil blijven staan omdat de hond buiten zo´n lekker luchtje heeft ontdekt, spelen met andere honden of even achter de kat aan zitten. 

Veiligheid
Meer dan 40% van de kinderen die door een hond worden gebeten, is onder de tien jaar. Op die leeftijd zijn kinderen weliswaar vaak dol op honden, maar ze gedragen zich in hondenogen totaal verkeerd. Onverwachte bewegingen, geschreeuw, per ongeluk over de hond vallen en rondkruipende, graaiende peuters zijn soms een reden voor een hond om de lip op te trekken, te grommen of zelfs te bijten. Het afpakken van bot of speelgoed, het krachtmeten met trekspelletjes, ze kunnen desastreuze gevolgen hebben.

Honden hebben meestal feilloos in de gaten wie hen de baas is en wie niet. Ze maken daarbij geen onderscheid tussen soortgenoten en een kleine dreumes van drie, die ook wel even zijn bot wil vasthouden. Ook honden die jaloers zijn, bijvoorbeeld op de pasgeboren baby, kunnen ongewenst gedrag gaan vertonen. Dat betekent dat bij de komst van een baby juist ook de hond veel aandacht moet krijgen.

Ouders met jonge kinderen moeten zich realiseren dat er met de komst van een hond een huisgenoot bij komt die het leven voor hen behoorlijk gecompliceerd kan maken. Die nieuwe huisgenoot vraagt namelijk om een duidelijke rangorde binnen de roedel, dus binnen het gezin. Basisvoorwaarde is dat de ouder altijd dominant is over de hond. Kleine kinderen daarentegen staan in rangorde nooit boven de hond. Zij hebben géén gezag, noch fysiek noch psychisch. De omgang van de ouders met de kinderen en met de hond moet hem echter leren dat hij de kinderen in aanwezigheid van de ouder als ranghogere behandelt. Een ouder is dus enerzijds verantwoordelijk voor de veiligheid van de kinderen, maar anderzijds mag de bewust in huis genomen hond er op rekenen dat zijn baas ervoor zorgt dat hij ten opzichte van de jonge kinderen geen in mensenogen fatale vergissingen begaat. De opvoeding van peuters en kleuters met een hond in huis kan best een zware opgave zijn. 

Algemene gedragsregels
Om de veiligheid in de relatie kind-hond zo groot mogelijk te houden, zijn er een paar algemene gedragsregels.

  • Leer kinderen geen ongecontroleerde bewegingen te maken, te schreeuwen of heen en weer te rennen.
  • Leer kinderen dat de hond naar hen toe moet komen en niet andersom.
  • Stuur kinderen onder de 13 jaar niet alleen met de hond de straat op.
  • Laat kinderen onder de 13 jaar de hond geen opdrachten geven en als het kind dat toch doet, dan mag de hond zelf weten of hij de opdracht uitvoert of niet.
  • Laat kleine kinderen (baby's, peuters en kleuters) nóóit met de hond alleen; als u uit de buurt bent behandelt de hond het kind namelijk weer als ranglagere en dat kan voor het kind heel gevaarlijk zijn.
  • Maak kinderen niet bang voor (vreemde) honden, maar leer wel dat niet iedere hond geaaid of zomaar vastgepakt kan worden. Dat moet eerst aan de eigenaar worden gevraagd.


Waar en wanneer rust
Pups en jonge honden hebben veel behoefte aan regelmaat, rust en slaap. Als ze wakker zijn, doen ze immers niets anders dan zich inspannen. Spelen, onderzoeken en op avontuur te gaan. Een nieuwe eigenaar, een nieuwe omgeving en nieuwe indrukken

Dat zorgt voor gezonde spanning, die echter niet mag leiden tot stress. Pups en jonge honden kennen vaak hun eigen grenzen niet en gaan door totdat ze er letterlijk bij neervallen. Het verdient daarom aanbeveling bij een pup een schema te maken met daarin de vaste punten: uitlaten, spelen, eten, rusten, slapen. Een pup die meer dan een half uur in de weer is geweest, is moe. Een pup hoeft niet aangezet te worden tot topprestaties. Uren lopen is op die leeftijd uit den boze. De fokker van uw hond kan u inlichten welke inspanning op welke leeftijd bij uw ras past. Naarmate honden ouder worden hebben ze minder slaap nodig, terwijl de oude hond juist weer meer gaat slapen.

Bezig zijn en slapen
Honden die bijzondere inspanningen leveren (sledehonden, jachthonden) zullen na gedane arbeid absoluut rust nodig hebben. Een eigen, rustige, veilige plek is daarom een must. (Zie daarvoor: Thuis – De eigen plek.) Ook na het eten is het tijd voor een dutje, zelfs bij volwassen honden. Wild rennen of spelen met een volle maag is niet goed. Rusten en slapen gebeurt op de plaats die de baas daarvoor gekozen heeft. 

Als u gaat oefenen of trainen met uw pup of jonge hond, kan dat best diverse keren per dag, maar dan niet langer dan vijf à tien minuten achter elkaar. Ook hier geldt: langzaam opvoeren. Een hond die dagelijks voldoende vrije beweging krijgt, zal zich in huis rustiger gedragen. Slaapt de hond? Niet storen! Honden die opgroeien in een drukke, nerveuze of lawaaierige omgeving, lopen eerder de kans onzeker, neurotisch of ongezeglijk te worden dan honden die evenwichtig opgroeien met voldoende rust en regelmaat.

Succes !


Wat moet ik doen wanneer mijn hond in nood is?

Dierenartsen


BOGAERT T
Daalstraat 5
9120 Vrasene
03 775 62 40


PITERAERENTS Joris
Langestraat 104
9150 Kruibeke
03 774 39 01

THIERENS & A DE NERT
Kloosterstraat 59
9120 Beveren
03 296 90 30
Lamperstraat 46
9150 Bazel
03 774 47 51


ANNE P
Haasdonkse Steenweg 121
9100 Sint Niklaas
03 711 03 07

GOVAERT A
Brugsken 150
9100 SInt Niklaas
03 766 47 44


DE BELEYR INGRID 
Grote Baan 308 
9120 Melsele 03775 20 26

CLEVERS P
Permekeplein 6
2070 Burcht
0475 97 55 17


BOGAERT T
Daalstraat 5
9120 Beveren
03 775 62 40

BONTE D
Molenberg 54
9150 Kruibeke
03 774 54 51

Dieren klinieken

DE VLIET b.v.b.a. 
Dendermondsesteenweg 74 
2870 Puurs 
03 889 04 73

RANDSTAD
Frans Beirenslaan 155
2150 Borsbeek
03 322 78 11

NELLO en PATRACHE
Sint Bernardse Steenweg 424
2020 Antwerpen
03 216 29 60

NUBIS
KONTICHSE STEENWEG 46
2630 AARTSELAAR
03 290 00 00

Verder ook op http://www.icare-web.be/

Waar kan ik meer informatie vinden over medische zaken?

Allergie:
Een allergie kan erfelijk zijn. Het afweersysteem van het lichaam reageert op bepaalde stoffen. Maak een dagboek aan van alles wat je hond heeft gegeten en wat verder zijn bezigheden zijn geweest en ga hiermee naar je dierenarts. Deze zal verder kunnen uitzoeken voor welke stoffen je hond een allergie heeft.

Aujeszky (ziekte van):
Dit is een virus dat bij honden voornamelijk wordt overgedragen door besmet varkensvlees. Vroeger zag men bij besmette honden een hevige jeuk, wat tegenwoordig slechts bij zeer hoge uitzondering nog wordt waargenomen. Na het opdoen van de besmetting wordt de hond lusteloos en kan mogelijk wat gaan braken en diarree hebben. Het lijkt op een zomergriepje en is daardoor moeilijk te herkennen. Deze virusziekte is voor de hond dodelijk. Honden die besmette strottenhoofdjes hebben gegeten, zijn vaak al 2 tot 3 dagen later overleden. Er is nog geen behandeling voor besmet geraakte honden. Om deze besmetting te voorkomen dienen we de hond nooit in varkenshokken toe te laten want het kan ook in de urine van een besmet varken zitten. Verder een hond nooit rauw varkensvlees geven.

Braken:
Dit kan zeer verschillend zijn en kan onder andere komen door kouvatten, het eten van verkeerd voedsel, het inslikken van een vreemd voorwerp, vergiftiging, verstopping en diarree. Ook kan de hond braken zonder enige aanleiding: meestal eet hij het braaksel direct erna weer op. Geef de hond een warme ligplaats, lichtverteerbaar voedsel  en lauw drinkwater.

Caries:
Wordt veroorzaakt door rottingsbacteriën die in de mond  suiker omzetten in agressief werkende zure verbindingen en die vervolgens het email van het gebit aantasten, zodat er gaatjes in komen. Geef aan je hond geen suikerhoudende producten. 

Diarree:
Kan voorkomen door een infectieziekte, verkeerd voedsel, vergiftiging, verkoudheid en door wormen. De ontlasting is dun, heeft soms wat slijm en kan in ernstiger gevallen zelfs bloederig zijn. Bij een lichte diarree is meestal een dag vasten met slappe thee of rijstwater voldoende om de hond er vanaf te helpen. Bij ernstige diarree met slijm en bloed dien je direct een dierenarts te raadplegen. Zorg er wel voor dat de hond warm ligt.

Eclampsie:
Door een tekort aan calcium bij een zogende teef, of een tekort of onjuiste calcium-fosforverhouding in het voedsel kan eclampsie optreden. Het wordt ook wel moederwaanzin genoemd. Je ziet bij de hond in de ernstigste gevallen acute epileptische krampaanvallen. In minder ernstige gevallen zie je een snellere ademhaling. De hond is rusteloos en geeft geen melk meer. De krampen kunnen verscheidene uren duren en de sterfte bij voor de eerste keer werpende teven is  zo'n 10 tot 30 %. Waarschuw onmiddellijk de dierenarts die de hond een spuit met calcium en een kalmeringsmiddel kan geven. Ook dekken we de teef op het hoofd en hals met een vochtige doek. Tegenwoordig komt het niet meer zo veel voor door de goede samenstelling van de fabrieksvoeders.

Kalkaanslag:
In het speeksel komen grote hoeveelheden kalk voor die in de mondholte verbindingen aangaan en neerslaan op het email van het gebit. De kalkaanslag kan wel een millimeter dik worden. Hierdoor gaat de hond uit zijn mond ruiken en het ruwe oppervlak van de kalkaanslag kan langs de lippen en de tong irritatie veroorzaken. Hierdoor wordt het slijmvlies kapot geschuurd en er ontstaan dan oppervlakkige zweren die de hond veel pijn kunnen doen. Ook kunnen ze wortelonstekingen veroorzaken, waardoor de tanden en kiezen los gaan zitten en in het ernstigste geval gaan uitvallen. Je kunt kalkaanslag voorkomen door de tanden van de hond elke week 1x met een zachte tandenborstel of met een pluk watten gedept in zout water te poetsen.

Lintwormen:
Alle lintwormen leven in de dunne darm. Er komen bij de hond 7 soorten lintwormen voor, waarvan de echinoccoccus-lintworm voor de mens beslist gevaarlijk is. Er is voor elke lintwormsoort een specifieke tussengastheer nodig om via larve tot blaasworm te komen. Hiervoor kunnen dienen: een schaap, varken, rund, haas, konijn en een hondenvlo. Als de hond de vlo stuk bijt dan kan de blaasworm zich in de darm weer tot lintworm ontwikkelen. Bij een ernstige besmetting zien we een vermagering optreden, krampen en soms diarree. In de ontlasting zie je kleine witte stukjes (lijkt op een rijstekorrel) deze zie je ook rondom de anus in de haren. Met een lintwormtablet is dit goed te bestrijden.

Maagtorsie:
Doordat er een 180 graden draaiing optreedt wordt de slokdarm en de maaguitgang afgesloten en kunnen de  door snelle gisting ontstane spijsverteringsgassen niet ontsnappen. Hierdoor onstaat er een geweldige opzetting van de buik van de hond. Het kan afknelling van de bloedvaten van de milt, aders en ook slagaders veroorzaken, waardoor de hond in een shocktoestand terecht komt. Een maagtorsie is bij een hond binnen 8 uur dodelijk en een snel operatief ingrijpen is noodzakelijk. Geef je hond kleinere porties voedsel en verdeel ze over de dag en geef je hond rust na elke maaltijd. Het kan ook voorkomen bij grote honden die traplopen vlak na het eten.

Mondslijmvliesonsteking:
Dit wordt veroorzaakt door kalkaanslag op de tanden, vitaminegebrek of een stofwisselingsstoornis. De hond ruikt uit zijn mond, kan moeilijk eten en soms ook kwijlen.

Rachitis:
Dit komt door een onjuiste calcium-fosforverhouding van de voeding, een te eenzijdige voeding of een tekort aan vitamine D. Bij rachitis of Engelse ziekte zien we vaak grove, brede gewrichten en afwijkingen aan de kaak en gebit. De pups krijgen O-of X-benen. Daar waar de ribben overgaan in het ribkraakbeen, ongeveer op eenderde hoogte van de borstkas vormen zich knobbeltjes, die ze rozenkrans noemen. Als een behandeling achterwege blijft gaan de pups snel in hun conditie achteruit, en krijgen diarree. Geef de hond levertraan en een goed kalkmengsel en daarnaast een goede en juiste uitgebalanceerde voeding.

Spoelwormen:
Dit zijn 5-10 cm lange, ronde stevige witte wormen. Ze komen voor in de dunne darm. Met de ontlasting van de hond komen de eitjes naar buiten. Wordt zo'n eitje door de hond opgenomen, dan komt het in de darm. Daar wordt het eitje een larve en deze boort zich door de darmwand heen en gaat via de bloedbanen naar de longen. Het verblijft daar enige tijd en gaat vervolgens via de luchtwegen naar de keel, wordt doorgeslikt en vestigt zich dan in de darm, waar de larve uitgroeit tot een volwassen spoelworm. Door de beschadigingen van de longen bestaat er gevaar voor infectie. De hond heeft wisselende eetlust, verstopping, diarree, darmontsteking en soms ook het overgeven van wormen. Bij pups ziet men een harde, opgezette buik, wijdbeens lopen, hoesten, vermageren en een doffe vacht. Geef de hond wormkuren en herhaal deze na 3 weken. Honden regelmatig ontwormen en fokteven tien dagen vóór het werpen en tien dagen ná het werpen ontwormen.

Tandaanslag:
Door rottend voedsel, bacteriën en speeksel wordt een zachte laag vuil op de tanden en kiezen afgezet. Deze massa verkleurt later tot geelachtig. Door het poetsen van de tanden van de hond met een tandenborstel met gewone tandpasta kunt u het gebit van uw hond hagelwit houden.

Vergiftigingen:
Bij sterke vergiften zoals arsenicum, antimonium, lood en kwik treed verbranding, scheuring van de maag en darm, koorts, zeer snelle polsslag, kokhalzen en braken, buikpijn, diarree of verstopping, krampen of dood onder stuiptrekking op. Bij zenuwvergiften zoals chloroform en cyaankali, treed kramp, moeheid,  zwakte, verlamming, razernij en verdoving op. Men moet zo snel mogelijk het gif verwijderen, dit d.m.v. braakmiddelen en middelen die de opname van het vergif verhinderen of vertragen. Gebruik geen vette of olieachtige middelen en of warm water. Onmiddellijke hulp van een dierenarts is noodzakelijk.

Verharing en kale plekken in de vacht:
Naast een gewone verharing zoals de winter en zomervacht, zien we ook wel eens een abnormale verharing die kan worden veroorzaakt door:
-verkeerde voeding
-eczeem
-parasiet
-slechte conditie na ziekte
-hormoontekorten
Je ziet kale plekken en de hond verhaart voortdurend. Allereerst zien te achterhalen wat de oorzaak is: dat kan vastgesteld worden door de dierenarts. Geef de hond niet teveel vetten, aardappelen, varkensvlees, paardenvlees, kruiden en specerijen. Kaalheid bij pups wordt meestal veroorzaakt door een schildklierhormoon tekort als gevolg van een gebrek aan jodium in het voer van de teef.

Verstopping:
Een verstopping kan ontstaan door verkeerd voedsel, een ingeslikt vreemd voorwerp of door te weinig beweging. De hond probeert zijn ontlasting tevergeefs kwijt te raken, hij perst en kreunt soms. Als de verstopping te lang duurt vermindert zijn eetlust en de hond krijgt dan meestal braakverschijnselen. Geef hem laxerend voedsel, laat hem veel drinken en zorg voor een behoorlijke beweging. Bespreek eventueel de middelen met je dierenarts.

Voedselvergiftiging:
De Salmonellabacterie is de verwekker van vele darmstoornissen, voedselvergiftiging en paratyfus. De hond is misselijk, kan gaan braken, krijgt diarree en heeft een algehele slechte conditie. Ga in ernstige gevallen naar de dierenarts voor behandeling.

Wagenziekte:
Honden met wagenziekte zijn erg nerveus en sommigen gaan zelfs braken en hebben diarree. De hond heeft een algehele opwinding. Geef de hond voordat je op reis gaat niets te eten, maar pas op de plaats van bestemming. Geef hem op voorschrift van de dierenarts een kalmeringsmiddel. Laat je hond al van pup af aan, af en toe meerijden, dan went hij aan het autorijden.

Wijduitstaande vacht:
Deze wordt veelal veroorzaakt door een tekort aan vet in hun voedsel.De haren van de vacht gaan wijd uit elkaar staan. Geef de hond dagelijks door zijn voeding een beetje maiskiem-olie, dit lost meestal het probleem op.

Verder ook op http://www.icare-web.be/

Wanneer kan ik met mijn hondje beginnen met de trainingen ? 

Als je hondje 12 weken is en al zijn spuitjes heeft gekregen mag je komen 
trainen. Je mag natuurlijk vooraf al even kennis maken (maar dan zonder je 
hondje natuurlijk).

De opvoeding van uw hond, geen gemakkelijke taak

Een hond is van nature een groepsdier, hij is sociaal, maar heeft wel leiding nodig. Een goed opgevoede hond functioneert beter, zowel hond als eigenaar voelt zich dan prettiger. De natuurlijke opvoeding van de pup begint bij het spenen. De moeder leert hem het nest schoon te houden. Een belangrijk deel in de opvoeding van een pup is de zogenaamde socialisatie periode, die loopt van de derde tot de twaalfde week. Tijdens deze periode, waarin de pup open staat voor nieuwe dingen en hiervoor nog geen schrik kent (vooral van de vijfde tot de achtste week) is het van belang om de hond intensief in contact te brengen met andere honden, dieren en mensen. Neem de hond veel mee naar drukke plaatsen, zodat hij aan zoveel mogelijk dingen went, maar zorgt dat uw pup niet oververmoeid raakt, rust en regelmaat zijn erg belangrijk voor de pup . Tekortkomingen in deze periode geven gedragsstoornissen. Dit kan zich uiten in schuwheid, angst en onderdanig gedrag.
In een groep honden bestaat een sociale rangorde, dat wil zeggen dat er één hond de baas is en dat een andere hond de laagste plaats in de groep heeft. Van nature zal de hond proberen om de baas te worden. Ook in het gezin zal de hond proberen stap voor stap omhoog te klimmen in rang. De hond hoort echter slechts één plaats te hebben en dat is de laagste in de groep. Alle gezinsleden (dus ook kinderen) zijn de meerderen, de leiders. Door de hond vaak z'n zin te geven of niet duidelijk tegen de hond te zijn, kan een gestoorde relatie ontstaan. Dit uit zich in onzeker gedrag.

Vooral de eerste vier maanden, maar eigenlijk z'n hele leven is duidelijkheid het kernwoord van de opvoeding. Wees altijd duidelijk (=consequent) tegen uw hond. Belonen werkt effectiever dan straffen. Ook hierbij geldt dat een consequente leiding noodzakelijk is voor alle rassen en soorten honden. Straf uw hond bij ongewenst gedrag door hem in het nekvel te pakken en heen en weer te schudden, zoals de moederhond dit deed in het nest. Gebruik ook altijd uw stem, waarbij de toon meer zegt dan de woorden. Een onderdanige hond (die op z'n rug gaat liggen) moet u niet straffen. Negeer dit gedrag en probeerde oefening opnieuw. Slaan met de krant wordt niet begrepen en achteraf straffen voor iets wat niet goed is gegaan heeft geen zin, omdat de hond geen verband meer kan leggen tussen het foute gedrag en de straf. Belonen is de basis van de opvoeding! Beloning kan zijn een aai over z'n kop, vriendelijk toespreken, een hondenkoekje of even spelen. Een nuttige ondersteuning is een cursus op de hondenschool. Dit kan een puppycursus zijn, maar ook een cursus voor volwassen honden.

Wat zijn de regels voor de opvoeding van mijn hond ?

  • Begin, indien mogelijk, vanaf de derde week al met opvoeden.
  • Geef uw hond een makkelijk te roepen naam, liefst met twee verschillende klanken(bv Pluto) en leer hem de betekenis van het woord 'nee' of 'foei'.
  • Oefen niet te lang achter elkaar; hooguit twee tot drie keer per dag 5-10 minuten.
  • Gebruik voor de opdrachten steeds dezelfde woorden en spreek ze op neutrale toon uit.
  • Iedere opdracht moet worden uitgevoerd. Gebeurt dat niet, dan de hond helpen. Is dit niet mogelijk dan is er sprake van ongewenst gedrag en moet uw hond bestraft worden.
  • Beloon uw hond voor een goed uitgevoerde opdracht. Doe dat alleen niet elke keer.
  • Als uw hond regelmatig wegloopt tijdens de training, gebruik dan een lange lijn en een sliphalsketting.
  • De training moet leuk zijn, zowel voor de hond als voor uzelf.
  • Zorg dat uw huisgenoten op dezelfde manier met de hond omgaan.
  • Het werkt altijd goed als u de hond een opdracht laat uitvoeren voordat u hem aanhaalt, eten geeft of uitlaat.
  • Beschouw en behandel uw hond niet als mens.

Wat zijn de veelgemaakte fouten bij de opvoeding van mijn hond ?

  • Uw hond spelenderwijs uitdagen om te bijten. Eerst is het spel, later wordt het ernst.
  • Toegeven aan bedelen. U beloont ongewenst gedrag.
  • Medelijden tonen als uw hond schrikt van geknal van vuurwerk of onweer. Zo wordt de schrikreactie beloond en zal de hond de daaropvolgende keer nog meer schrikken. Negeer het schrikgedrag en beloon de hond als hij rustig blijft.
  • Uw hond hardlopers, (brom)fietsen of auto's laten volgen. De hond volgt zijn jachtinstinct en wordt beloond doordat de achtervolgden 'wegvluchten'. Houd uw hond bij u.
  • Terugkomen als uw hond blaft nadat hij alleen gelaten is. Ook zo beloont u weer ongewenst gedrag. Blijf liever wachten tot het (even) stil is en laat u dan pas zien. Negeer een blaffende, opspringende hond.
     Ook tijdens het verdere verloop van het leven van uw hond is het belangrijk een aantal algemene omgangregels te hanteren.
  1. Wees consequent in uw gedrag naar de hond. Dus niet de ene keer wel en dan weer niet toelaten dat de hond op de bank gaat liggen.
  2. Blijf kalm en geduldig in uw omgang met uw hond. U dient zelfverzekerd over te komen en geen aarzelend gedrag te vertonen (zeker niet bij agressieve honden).
  3. Gebruik uw stem op de juiste wijze d.w.z. beloning, commando en correcties zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. Dit betekent bij een correctie een 'lage', barse stem gebruiken. Bij een commando een 'neutrale', heldere stem en bij beloning een 'hoge', vriendelijke stem.